meligheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een stemming waarin flauwe en zouteloze humor wordt gemaakt en die meestal ontstaat door verveling en vermoeidheid
    In de fractiekamer gaat de stemming richting meligheid als de fotograaf de partijtop positioneert voor een plaatje. Wanneer de man met de flits ’Geerts angels’ maant dichter bij elkaar te gaan staan, zegt Wilders: „Zwoel kijken, Vicky” Maar als de verslaggever daarop z’n pen heft, zegt de PVV-leider gauw: „Dat zei onze eigen fotograaf net.”de Telegraaf NIELS RIGTER 06 jan. 2017
    Hoewel het verhaal compleet over the top is, blijft alles geweldig bij elkaar. Meligheid en ontroering wisselen elkaar in rap tempo af, er zijn verbluffende special effects, sprookjesachtige decors en alle nummers (bekende Franse chansons met treffende liedteksten van Alex Klaassen) kunnen rekenen op open doekjes.NRC Brechtje Zwaneveld 22 december 2014

Etymologie

* afleiding van melig