meltdown

mannelijk (de)/ˈmɛldɑun/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) smelten van het binnenste van een kernreactor wanneer de kernsplijting niet meer onder controle is
    Het Russische schiereiland Kola is aan een nucleaire ramp ontsnapt toen het elektriciteitsbedrijf de stroom van de marine-basis afsloot vanwege een onbetaalde rekening van bijna vijf miljoen dollar. De koelinstallaties van de vier daargelegen kernonderzeeërs deden het vervolgens niet meer en een meltdown dreigde.
    De grote storing — in het ergste geval een zgn. meltdown waarbij de hele reactorinhoud als één kokende radioactieve massa de grond in zakt — is volgens de kernindustrie zelf onmogelijk.
  2. figuurlijk (figuurlijk) volledige neergang als gevolg van een onbeheersbare ontwikkeling
    Volgens Walter Isaacson, voormalig hoofdredacteur van het weekblad Time en directeur van cnn, sinds 2009 voorzitter van de Board van de Amerikaanse overheidsomroepen in het buitenland, heeft de neergang van de journalistiek de proporties aangenomen van een meltdown: het schrikbeeld van grote steden zonder kranten, van newsrooms van bladen en omroepen met slechts een handvol professionele journalisten, lijkt werkelijkheid te worden, aldus Isaacson begin 2009.
    Wat merkt Zalm er van in zijn schatkist? De "meltdown" van de dollar zit hem niet lekker. Het effect op de aardgasprijs, die luidt in dollars, is desastreus.

Etymologie

*van "meltdown", in het Nederlands aangetroffen vanaf 1971, zie vindplaats hieronder