menigte
vrouwelijk (de)/ˈmenəxtə/
Wat is de betekenis van menigte?
menigte betekent: grote groep mensen dicht op elkaar
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- grote groep mensen dicht op elkaar
- grote hoeveelheid
Voorbeelden van "menigte" in een zin
- De menigte was op weg van het station naar het stadion.
- Toen ik dat gedicht voorlas, had ik zijn gezicht niet in de menigte opgemerkt.
- Om je geliefde in een menigte te zoeken, zijn blik te vangen en te voelen dat je daar, bij hem, thuishoort - het leek mij onmogelijk.
Etymologie
*van Middelnederlands "menichte", in de betekenis van ‘grote hoeveelheid’ aangetroffen vanaf 1280; op te vatten als afgeleid van "menig"
Vertalingen
Engelscrowd
DuitsMenge
Spaansmultitud, enjambre
Poolstłum
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek