menigte

vrouwelijk (de)/ˈmenəxtə/

Wat is de betekenis van menigte?

menigte betekent: grote groep mensen dicht op elkaar

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. grote groep mensen dicht op elkaar
  2. grote hoeveelheid

Voorbeelden van "menigte" in een zin

  • De menigte was op weg van het station naar het stadion.
  • Toen ik dat gedicht voorlas, had ik zijn gezicht niet in de menigte opgemerkt.
  • Om je geliefde in een menigte te zoeken, zijn blik te vangen en te voelen dat je daar, bij hem, thuishoort - het leek mij onmogelijk.

Betekenis en uitleg van menigte

Een menigte is een grote groep mensen die samen op één plek zijn, vaak met een gemeenschappelijk doel of interesse. Het kan gaan om een evenement, een demonstratie, of gewoon mensen die toevallig bij elkaar komen.

Het woord 'menigte' wordt vaak gebruikt om een aanzienlijke hoeveelheid mensen aan te duiden, bijvoorbeeld tijdens festivals, sportwedstrijden of politieke bijeenkomsten. Het kan ook een gevoel van saamhorigheid of onrust uitstralen, afhankelijk van de situatie. Menigten kunnen zowel vreedzaam zijn als leiden tot chaos, wat de nuance van het woord versterkt.

Voorbeelden

  • De menigte juichte luid toen de band het podium betrad.
  • Tijdens de demonstratie vormde de menigte een lange rij door de straten van de stad.
  • De menigte verzamelde zich op het plein om te genieten van de jaarlijkse kerstmarkt.

Woordoorsprong

Het woord 'menigte' stamt af van het Middelnederlandse 'menichte', wat 'groep' of 'verzameling' betekent. Het is verwant aan het woord 'menig', dat 'veel' of 'verschillende' aanduidt.

Veelgestelde vragen over menigte

Wat is de betekenis van menigte?

menigte betekent: grote groep mensen dicht op elkaar

Hoeveel betekenissen heeft menigte?

menigte heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft menigte?

menigte is een vrouwelijk (de).

Hoe gebruik je menigte in een zin?

Voorbeeld: “De menigte was op weg van het station naar het stadion.

Etymologie

*van Middelnederlands "menichte", in de betekenis van ‘grote hoeveelheid’ aangetroffen vanaf 1280; op te vatten als afgeleid van "menig"

Vertalingen

Engelscrowd
DuitsMenge
Spaansmultitud, enjambre
Poolstłum