menopauze
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈmenoˌpɑuzə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) levensfase waarin vrouwen niet langer menstrueren
Etymologie
* van "ménopause" of Latijn "menopausis", gevormd uit μήν (mén) "maan, maand" en παῦσις (paúsis) "het ophouden, pauze"
Vertalingen
Engelsmenopause
Spaansmenopausia
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek