menopauze

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈmenoˌpɑuzə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) levensfase waarin vrouwen niet langer menstrueren

Etymologie

* van "ménopause" of Latijn "menopausis", gevormd uit μήν (mén) "maan, maand" en παῦσις (paúsis) "het ophouden, pauze"

Vertalingen

Engelsmenopause
Spaansmenopausia