menseneter

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets of iemand die mensen eet
    Het aftandse gebit en de onverteerbare sieraden vormen het bewijs dat de krokodil een oude menseneter was. Met een diameter van 41 tot 65 millimeter (gemiddeld 53,6) geven de polsbanden een mooi beeld van de prooigrootte.NRC Kees Moeliker 26 april 2016
    Vijftienduizend jaar geleden was een grot in Somerset bewoond door menseneters. Al aten ze mensenvlees eerder als ritueel dan omdat ze het lekker vonden.de Standaard 11 AUGUSTUS 2017
    Lichtvoetig is de bundel Er was eens een vrouw die haar buurkind wilde doden niet. Integendeel, Petroesjevskaja's horrorstory's zijn beklemmend en griezelig, aan zombies en menseneters geen gebrek. De meeste spelen zich af in een post-apocalyptische wereld, die Ruslandgangers zullen herkennen als de late jaren tachtig en begin jaren negentig.Volkskrant Sjeng Scheijen 19 november 2016,

Vertalingen

Engelscannibal