mensenleeftijd

mannelijk (de)/ˈmɛnsə(n)ˌleftɛit/

Wat is de betekenis van mensenleeftijd?

mensenleeftijd betekent: aantal jaren dat een mens oud zou zijn als hij een even groot deel van zijn doorsnee verwachte levensduur zou hebben geleefd als een bepaald dier

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aantal jaren dat een mens oud zou zijn als hij een even groot deel van zijn doorsnee verwachte levensduur zou hebben geleefd als een bepaald dier
  2. doorsnee tijdsduur in jaren tussen geboorte en overlijden van mensen
  3. verouderd (verouderd) doorsnee tijdsduur van het productief bestaan

Voorbeelden van "mensenleeftijd" in een zin

  • Er wordt gebeld en terwijl ik naar de voordeur loop, sjokt onze bejaarde hond nieuwsgierig mee. De twee 11-jarige jochies op de stoep zijn meteen vertederd, willen hem graag aaien en vragen hoe oud hij eigenlijk is. „Dertien”, antwoord ik, „in mensenleeftijd zou dat eigenlijk eenennegentig jaar zijn, vandaar zijn grijze snuit.”
  • We blijven herdenken: Auschwitz, Birkenau, Neuengamme, Ravensbrück, capitulatie Wageningen, Bevrijdingsdag, et cetera, inmiddels 60 jaar (welhaast een mensenleeftijd) geleden.
  • De jaren 1562-63 hadden voor het Calvinisme de betekenis van een soortgelijke diepgaande verandering als een mensenleeftijd eerder het jaar 1533 voor de secte der Wederdopers: het werd ‘massaal en revolutionnair’.

Veelgestelde vragen over mensenleeftijd

Wat is de betekenis van mensenleeftijd?

mensenleeftijd betekent: aantal jaren dat een mens oud zou zijn als hij een even groot deel van zijn doorsnee verwachte levensduur zou hebben geleefd als een bepaald dier

Hoeveel betekenissen heeft mensenleeftijd?

mensenleeftijd heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft mensenleeftijd?

mensenleeftijd is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van mensenleeftijd?

Synoniemen van mensenleeftijd zijn: generatie.

Hoe gebruik je mensenleeftijd in een zin?

Voorbeeld: “Er wordt gebeld en terwijl ik naar de voordeur loop, sjokt onze bejaarde hond nieuwsgierig mee. De twee 11-jarige jochies op de stoep zijn meteen vertederd, willen hem graag aaien en vragen hoe oud hij eigenlijk is. „Dertien”, antwoord ik, „in mensenleeftijd zou dat eigenlijk eenennegentig jaar zijn, vandaar zijn grijze snuit.”