merkstift
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een soort viltstift waarmee, met moeilijk uitwisbare inkt, op bijna alle ondergronden geschreven kan wordenDe bandenprikker die actief is in het Westland, laat teksten achter op de auto's waarvan hij de banden lekprikt. Dat bevestigt de politie aan Omroep West. 'Fijne feestdagen' met als afzender 'de bandenprikker', stond er eind december op de auto's met een merkstift geschreven.Belinda's kinderen krijgen weinig mee van wat hun moeder vertelt. Ze nemen ondertussen met moeite afscheid van hun kampgenootjes en de leiding. Haar zoon laat trots de namen zien die vriendjes op zijn armen schreven met merkstift. Tariq, Willem-Jan, Tom.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek