mesolithicum
onzijdig (het)/mesoˈlitikʏm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (archeologie) periode in de steentijd, waarin na de ijstijd de ontwikkeling naar landbouw en veeteelt plaatsvindtVolgens de huidige opvattingen is er sprake van een continuïteit tussen het laatpaleolithicum en het mesolithicum.
Etymologie
*van "Mesolithic" , als naam voor het tijdperk in 1866 voorgesteld door de Ierse archeoloog H. Westropp gevormd uit μέσος (mésos) "midden" en λίθος (líthos) "steen", dus: "middensteentijd", in die betekenis in het Nederlands aangetroffen vanaf 1937; geschreven met een kleine letter volgens
Vertalingen
EngelsMesolithikum, Mesolithic
FransMésolithique
SpaansMesolítico
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek