messteek
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- verwonding met een mesDe moordenaar had het slachtoffer met wel 20 messteken om het leven gebracht.
- (figuurlijk) iets was een messteek door iemands hartDe ijselijke kreet van het meisje ging als een messteek door het hart van de bezorgde vader.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek