messteek

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verwonding met een mes
    De moordenaar had het slachtoffer met wel 20 messteken om het leven gebracht.
  2. figuurlijk (figuurlijk) iets was een messteek door iemands hart
    De ijselijke kreet van het meisje ging als een messteek door het hart van de bezorgde vader.