metgezel

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die meegaat op een reis of activiteit
    Zijn metgezel wist hem voor een ongeluk te behoeden.
    Maar in elk geval krijg je mij als metgezel mee op je verdere tocht. Je kunt mij nodig hebben. {{Aut|Herzen, Frank

Etymologie

* In de betekenis van ‘reisgenoot’ voor het eerst aangetroffen in 1477

Vertalingen

Engelsaccompanist, companian, companion
Spaansacompañador, camarada, compañero