meubel

onzijdig (het)/ˈmøbəl/

Wat is de betekenis van meubel?

meubel betekent: een gebruiksvoorwerp dat behoort tot de inrichting van een kamer, zoals een bank, stoel, tafel, kast, bed e.d.

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een gebruiksvoorwerp dat behoort tot de inrichting van een kamer, zoals een bank, stoel, tafel, kast, bed e.d.

Voorbeelden van "meubel" in een zin

  • Er stonden zo veel meubels in de winkel dat hij niet wist welke hij moest uitzoeken.

Etymologie

* Middelnederlands meubel, muebel, moebel (bn.) ‘roerend, verplaatsbaar’, leenwoord uit Oudfrans mueble ‘roerend goed, meubel’, uit Laatlatijn rēs mobiles ‘roerende goederen’, substantivering van klassiek Latijn mōbilis ‘beweeglijk, -baar’.

Vertalingen

Engelsfurniture
Fransmeuble
DuitsMöbel
Spaansmueble
Turksmobilya, möble