meubel

onzijdig (het)/ˈmøbəl/

Wat is de betekenis van meubel?

meubel betekent: een gebruiksvoorwerp dat behoort tot de inrichting van een kamer, zoals een bank, stoel, tafel, kast, bed e.d.

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een gebruiksvoorwerp dat behoort tot de inrichting van een kamer, zoals een bank, stoel, tafel, kast, bed e.d.

Voorbeelden van "meubel" in een zin

  • Er stonden zo veel meubels in de winkel dat hij niet wist welke hij moest uitzoeken.

Betekenis en uitleg van meubel

Een meubel is een object dat je in een ruimte plaatst om deze functioneel of esthetisch te maken. Denk aan dingen zoals stoelen, tafels en kasten die ons helpen bij het dagelijks leven en het inrichten van onze woonomgeving.

Het woord 'meubel' gebruik je vaak als je het hebt over inrichting of design van een ruimte. Meubels zijn niet alleen praktisch, maar kunnen ook een belangrijke rol spelen in de sfeer van een kamer. Van een eenvoudige kruk tot een luxe bank, meubels kunnen variëren in stijl, materiaal en functie.

Voorbeelden

  • De nieuwe meubels in de woonkamer geven het huis een frisse uitstraling.
  • Tijdens de verhuizing hebben we veel oude meubels weggedaan om ruimte te maken voor nieuwe.
  • De ontwerper heeft unieke meubels gemaakt die perfect passen bij de moderne inrichting van het café.

Woordoorsprong

Het woord 'meubel' stamt af van het Franse 'meuble', wat 'verplaatsbaar' betekent. Dit geeft aan dat meubels bedoeld zijn om te worden verplaatst en aangepast aan de behoeften van de gebruiker.

Veelgestelde vragen over meubel

Wat is de betekenis van meubel?

meubel betekent: een gebruiksvoorwerp dat behoort tot de inrichting van een kamer, zoals een bank, stoel, tafel, kast, bed e.d.

Welk woordgeslacht heeft meubel?

meubel is een onzijdig (het).

Wat zijn synoniemen van meubel?

Synoniemen van meubel zijn: meubelstuk.

Hoe gebruik je meubel in een zin?

Voorbeeld: “Er stonden zo veel meubels in de winkel dat hij niet wist welke hij moest uitzoeken.

Etymologie

* Middelnederlands meubel, muebel, moebel (bn.) ‘roerend, verplaatsbaar’, leenwoord uit Oudfrans mueble ‘roerend goed, meubel’, uit Laatlatijn rēs mobiles ‘roerende goederen’, substantivering van klassiek Latijn mōbilis ‘beweeglijk, -baar’.

Vertalingen

Engelsfurniture
Fransmeuble
DuitsMöbel
Spaansmueble
Turksmobilya, möble