meubilering
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- inrichting van een gebouwDe kinderen verbaasden zich niet over de smerigheid in de kamers, de wandluizen en de armzalige meubilering.
Etymologie
* van meubileren
Vertalingen
Engelsfurnishing, home furnishings
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek