mevrouw

vrouwelijk (de)/məˈvrɑu/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. formele manier om een vrouw aan te spreken
    'Deze kant op, mevrouw, mijnheer, en wees voorzichtig op de ladder.
    'Het gaat goed met haar, mevrouw Maakvrede.
    Maar het is uitstekende suiker, mevrouw.

Etymologie

* In de betekenis van ‘aanspreektitel voor een vrouw’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1431

Vertalingen

EngelsMs.
Fransmadame
DuitsFrau
Spaansseñora
Italiaanssignora