microfoon

mannelijk (de)/ˌmikroˈfon/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. elektrotechniek (elektrotechniek) een toestel dat geluidstrillingen omzet in een elektrisch signaal
    Doordat hij erg zenuwachtig was, liet hij per ongeluk de microfoon uit zijn hand vallen.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘geluidsversterker’ voor het eerst aangetroffen in 1872

Vertalingen

Spaansmicrófono