middagdienst
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kerkdienst die men in de middaguren viertJaap had hetzelf in de middagdienst bijgewoond; hij was er van de bank voor opgerezen en op zijn teenen gaan staan toen hij uit-de-verte groomoe had herkend in het 'hekje', die Doortje ten doop hield; hij kon de witte 'sprei' zien, die aan haar armen was vastgespeld en haar schuine hoofd.
- werkperiode tijdens de middaguren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek