midden

onzijdig (het)/ˈmɪdə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het centrale deel of het punt halverwege uitersten
    Hij schilderde het midden geel.
  2. (Zuid-Nederlands) kring, milieu
    Het bericht leidde tot ophef in intellectuele middens.
voorzetsel
  1. in het midden van

Etymologie

* In de betekenis van ‘punt op gelijke afstand van de uitersten’ voor het eerst aangetroffen in 694

Uitdrukkingen

  • te midden van
  • De kerk in het midden (van het dorp) laten ( of houden)Bij een meningsverschil geven beide personen wat toe om het eens te worden

Vertalingen

Engelsmiddle, amidst, in the middle of
Fransmilieu
DuitsMitte
Spaansa mediados de, en medio de