middenrif

onzijdig (het)/ˈmidə(n)ˌrɪf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. biologie, anatomie (biologie), (anatomie) spier- en peesachtig tussenschot tussen borstholte en buikholte

Etymologie

* In de betekenis van ‘tussenschot tussen borst- en buikholte’ voor het eerst aangetroffen in 1485

Vertalingen

Fransdiaphragme
DuitsZwerchfell
Spaansdiafragma, diafragma
Italiaansdiaframma