Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
midzomerdag
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- 21 juni op het noordelijk halfrondHij moest de komende weken minstens tien uur per dag schrijven om met midzomerdag klaar te zijn.Hij moest zijn rechtenstudie afmaken en tegelijkertijd voor midzomerdag zijn romanopzet afhebben.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek