Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
midzomertijd
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de periode van het jaar rond 21 juni (op het noordelijke halfrond)Voor Lauritz was het licht minder romantisch. In de midzomertijd werd als het weer het toeliet het hooi binnengehaald op Osteroy.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek