miereneter

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierkunde (dierkunde) benaming voor tandloze zoogdieren uit de onderorde , formicivoor die mieren vangt met lange kleverige tong

Etymologie

*, in de betekenis van ‘tandarm zoogdier’ voor het eerst aangetroffen in 1761

Vertalingen

Engelsant eater
Fransfourmilier
DuitsAmeisenbär
Spaansoso hormiguero