mietje
onzijdig (het)/ˈmicə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (pejoratief) doetje, slapjanus, kleinzielig, kleinzerig persoonAls ik van de ruzie was weggelopen, dan zou iedereen mij een mietje gevonden hebben.Wie niet meedoet wordt al gauw voor een mietje versleten.Liefde is voor mietjes. Echte mannen hebben seks.
- (scheldwoord) (slappe, verwijfde) homoAls je als jongen niet voetbalt, maar danst, dan ben je al gauw een mietje.
zelfstandig naamwoord
- -->
Etymologie
*[B] als verkleinwoord afgeleid van "miet"; door terugvorming ook op te vatten als afgeleid van "mie" [B]
Vertalingen
Engelswimp, sissy, wuss
Franschochotte, fiotte, tapette
DuitsSensibelchen, Tunte
Spaansdebilucho
Italiaanschecca
Russischтряпка
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek