mijn

mannelijk/vrouwelijk (de)/mɛin/

Betekenis

voornaamwoord
  1. van de eerste persoon enkelvoud
    Mijn huis staat op een heuvel.
    Waarom had ik geen donder gehoord of bliksem gezien tijdens mijn tocht omhoog? Wat had ik nu spijt van het plan om de zonsondergang en zonsopkomst vanaf de top te willen gaan bekijken.
zelfstandig naamwoord
  1. mijnbouw (mijnbouw) een plaats waar delfstoffen gewonnen worden, onderaards of in een open groeve
  2. militair (militair) voorwerp gevuld met springstof die ontploft bij aanraking en dergelijke
    In 1997 tekenden 127 landen het Verdrag van Ottawa, dat een verbod inhoudt op gebruik, productie en overdracht van antipersoneelsmijnen. Een aantal landen hebben het verdrag (nog) niet ondertekend, dit zijn o.a. Rusland, China, Irak, Iran, Cuba, de Verenigde Staten, India en Israël.
  3. plaats voor openbare verkoping bij afslag

Etymologie

* [3] ontstaan in de middeleeuwen uit mijn roepen

Uitdrukkingen

  • Mijn naam is haasik weet nergens van en wil er niks mee te maken hebben!
  • Aan mijn lijf geen polonaise
  • Als het melk regent, staan mijn schotels omgekeerd
  • Dat raakt mijn koude kleren nietErgens niets mee te maken hebben en zich niet voor interesseren.
  • De poppetjes van mijn ogen
  • Doe wel naar mijn woorden, maar ziet niet naar mijn dadenik geef raad waar je je het beste aan kan houden, maar ik doe het zelf niet
  • Een pak van mijn hart zijneen geruststelling zijn
  • Een rib uit mijn lijf

Vertalingen

Engelsmy, mine, mine
Fransmon, ma, mine
Duitsmein, Mine
Spaansmi, mina, almoneda
Portugeesmeu, minha
Russischмой, мая, моё
Japans地雷
Koreaans나의
Turksbenim
Poolsmój, kopalnia, mina