mijzelf

Betekenis

voornaamwoord
  1. eerste persoon enkelvoud, versterkte vorm van mij
    Dat raakte mijzelf niet.
voornaamwoord
  1. eerste persoon enkelvoud, versterkte vorm van mij
    Ik heb mijzelf eens flink verwend.
    Een frisse rivier helemaal voor mijzelf, met als klap op de vuurpijl ook een aparte heetwaterbron.