militair

mannelijk (de)/ˌmiliˈtɛːr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep, militair (beroep), (militair) lid van het leger, soldaat
    De militairen bereiden de missie voor.
    Militairen moeten weer in uniform over straat kunnen, bijvoorbeeld als zij onderweg zijn naar hun werk. Dat vinden militaire vakbond AFMP en belangenvereniging VOG. Sinds 2014 mogen militairen hun uniform niet meer dragen als zij onderweg zijn naar hun werk. De organisaties willen hierover in gesprek met minister Hennis van Defensie..Sjoerd Klumpenaar NRC 2 mei 2016
    Hannah schiet overeind en begint onmiddellijk haar rugzak dicht te ritsen, als een militair die van zijn brits is gebruld.

Etymologie

*Via het Franse militaire ontleend aan het Latijnse militaris ("m.b.t. soldaten"; ook wel "krijger, militair"). Dit laatste is het bijvoeglijke naamwoord bij miles (genitief militis; "soldaat"). De herkomst van miles is onduidelijk. Ofwel gaat het om een Etruskisch leenwoord, ofwel is het een erfwoord met als grondbetekenis iemand die in het gelid marcheert. In het laatste geval zou het verwant zijn met woorden als het Griekse ὅμιλος (hómilos; "menigte, mensenmassa")

Uitdrukkingen

  • militaire regeringeen regering, die gevormd is door hohe militairen, een junta

Vertalingen

Engelsmilitary
Franssoldat, militaire
DuitsSoldat, Soldatin, militärisch
Spaansmilitar, militar
Portugeessoldado
Russischсолдат, воин, военнослужащий
Chinees兵, 軍人
Japans兵士, 軍人, 軍事的な