minderjarigheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het nog niet volwassen zijn volgens de wetAls het een meisje was, zou zij het geld onvoorwaardelijk erven, maar wanneer het een jongen was, zou hij het geld slechts krijgen, md~en h,J tijdens zijn minderjarigheid zijn naam nimmer door een openhJke daad van eerloosheid, laagheid of lafhartigheid zou hebben bezoedeld.Belangrijk voor de totstandkoming van de kinderwetten - en ook hier heeft Zetten een centrale rol vervuld - was tevens de prijsvraag die het bestuur van Talitha Kumi in 1895 had uitgeschreven: 'Een onderzoek, hoe de Nederlandsche wetgeving behoort te worden gewijzigd of aangevuld, om de bescherming van den persoon van in en buiten echt geboren kinderen gedurende hunne minderjarigheid voldoende te verzekeren.
Etymologie
*afleiding van minderjarig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek