minheid
Wat is de betekenis van minheid?
minheid betekent: een vervelende, gemene handeling
Betekenis
- een vervelende, gemene handeling
Voorbeelden van "minheid" in een zin
- Ja, oprecht-boos, om de minheid van de menschen, kan ik mij nog maken. Gij moogt mij gerust uitlachen; gij hebt gelijk, dat zij verachtelijk zijn, en dus niet verdienen dat men zich om hun minheid ergert. Anna de Savornin Lohman De Hollandsche Lelie. Jaargang 23(1909-1910) [https://www.dbnl.org/tekst/_hol003190901_01/_hol003190901_01_0006.php Correspondentie van de redactie met de abonnés]
Betekenis en uitleg van minheid
Minheid verwijst naar de staat van minderwaardigheid of het gevoel dat iets niet goed genoeg is. Het kan ook duiden op een tekortkoming in vergelijking met anderen.
Dit woord wordt vaak gebruikt in situaties waarin iemand of iets als minder waardevol of minder belangrijk wordt ervaren. Het heeft een negatieve connotatie en kan betrekking hebben op persoonlijke gevoelens, sociale status of zelfs materiële zaken. Het kan ook voorkomen in discussies over discriminatie of sociale ongelijkheid.
Voorbeelden
- Haar minheid ten opzichte van haar succesvolle vrienden maakte dat ze zich vaak onzeker voelde.
- In de vergadering werd duidelijk dat zijn minheid in kennis hem belemmerde om actief deel te nemen.
- De minheid van de voorzieningen in dat gebied zorgde voor veel onvrede onder de bewoners.
Woordoorsprong
Het woord 'minheid' is afgeleid van het Nederlandse 'min', wat 'minder' betekent, gecombineerd met de achtervoegsel '-heid', wat een staat of conditie aanduidt.
Veelgestelde vragen over minheid
Wat is de betekenis van minheid?
minheid betekent: een vervelende, gemene handeling
Welk woordgeslacht heeft minheid?
minheid is een vrouwelijk (de).
Wat zijn synoniemen van minheid?
Synoniemen van minheid zijn: kleinheid, gemenigheid, snoodheid, vuilheid, grofheid.
Hoe gebruik je minheid in een zin?
Voorbeeld: “Ja, oprecht-boos, om de minheid van de menschen, kan ik mij nog maken. Gij moogt mij gerust uitlachen; gij hebt gelijk, dat zij verachtelijk zijn, en dus niet verdienen dat men zich om hun minheid ergert. Anna de Savornin Lohman De Hollandsche Lelie. Jaargang 23(1909-1910) [https://www.dbnl.org/tekst/_hol003190901_01/_hol003190901_01_0006.php Correspondentie van de redactie met de abonnés]”
Etymologie
* afleiding van min