ministerpapier

onzijdig (het)/miˈnɪstərpaˌpir/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. groot formaat blad van beschrijfbaar materiaal
    Wij stilden onze eetlust en beantwoordden tussenin de vragen van de smid, die ten slotte inktpot en pen van de schoorsteenmantel nam en daarna uit een hoge lessenaar op poten een blad ministerpapier.

Etymologie

*, leenvertaling van "papier ministre" dat verwijst naar de 17e-eeuwse Franse politicus die als minister van voor gebruik bij de overheid papier van 34 bij 44 cm voorschreef