minnaar
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- degene die iets of iemand liefheeft
- een persoon waarmee men een liefdesrelatie onderhoudt, in het bijzonder een buitenechtelijke liefdesrelatie's Ochtends was ze sprankelend vrolijk, verzekerde hem dat hij de beste minnaar was die ze in haar hele leven was tegengekomen, hoewel dat er natuurlijk niet zoveel waren geweest, corrigeerde ze blozend en ze giechelde.
Etymologie
*Afgeleid van minnen en volgens regel 2.B[http://woordenlijst.org/leidraad/2/2/] Taalunieversum » leidraad » verdubbeling van medeklinkers.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek