minuut

mannelijk/vrouwelijk (de)/miˈnyt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tijdrekening, eenheid (tijdrekening), (eenheid) eenheid van tijd
    Een uur bestaat uit 60 minuten en een minuut bestaat uit 60 seconden.
    Razendsnel schoot ik in actie en propte al mijn spullen binnen een minuut mijn rugzak in.
  2. eenheid voor hoeken
    Een minuut is het 1/60ste deel van een graad.
  3. juridisch (juridisch) een oorspronkelijk document

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘eerste beknopt schriftelijk ontwerp’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1470

Vertalingen

Engelsminute, minute
Fransminute, minute
DuitsMinute, Minute
Spaansminuto, minuto
Italiaansminuto
Portugeesminuto
Russischминута, минута
Arabischدقيقة
Turksdakika
Poolsminuta, minuta
Zweedsminut