misbruiker
mannelijk (de)/mɪsˈbrœykər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand iets gebruikt op een manier die in strijd is met de bedoeling ervan
- iemand die een persoon mishandelt
Etymologie
*van Middelnederlands "misbruker", op te vatten als afgeleid van misbruik
Vertalingen
Engelsabuser
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek