misdraging

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gedrag dat niet door de beugel kan; strafbare handeling; slechte gedragingen
    'En die andere kleine misdraging?' vroeg hij.
    Haar misdragingen hadden dus ongetwijfeld op hoog niveau plaatsgehad - ik vermoedde dat de koning in eigen persoon erbij betrokken was geweest, zoals in zoveel schandaaltjes.

Etymologie

*(nomact) van misdragen