mislukken
/mɪsˈlʏkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaatMijn recept is volledig mislukt.
Vertalingen
Engelsfail
Franséchouer
Duitsmissglücken, fehlschlagen
Spaansfracasar
Zweedsmisslyckas
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek