mist

mannelijk (de)/mɪst/

Wat is de betekenis van mist?

mist betekent: (meteorologie) laaghangende bewolking die het zicht belemmert

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. meteorologie (meteorologie) laaghangende bewolking die het zicht belemmert

Voorbeelden van "mist" in een zin

  • Loopt het zicht verder terug dan 1 km, dan spreekt men van mist.
  • Alleen trok de mist rondom mij maar niet op.
  • 'Dat zware fluweel heb je nodig om de mist van de gracht buiten te houden,' merkt Maren op.

Etymologie

* In de betekenis van ‘verdichting van waterdamp’ voor het eerst aangetroffen in 1287

Vertalingen

Engelsfog
Fransbrouillard
DuitsNebel
Spaansniebla, neblina
Poolsmgła
Zweedsdimma