miswaak

mannelijk (de)/mɪsˈwak/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vezelig wortelhout van de arakboom , dat in India en het Midden-Oosten veel wordt gebruikt om de tanden te poetsengebruik van miswaak heeft bijzondere betekenis voor vrome moslims.
    Elke keer dat ze lucht krijgt van een nieuw wetenschappelijk inzicht, bijvoorbeeld dat het beter is je tanden te poetsen met een miswaak, zoals de profeet deed omdat de miswaak van nature antiseptisch is, leest ze het nieuwtje triomfantelijk voor aan mijn vader, die met zijn hoofd diep tussen zijn schouders getrokken zit te niksen met het eerste kopje koffie van de dag (haram!) en verlangt naar de eerste sigaret van de dag (haram!).
    Ik heb nooit een bedoeïen zijn tanden zien poetsen. Als hij vroom is, staat hij na het eten voor een spiegel met een lang, dun stukje hout aan zijn tandvlees te peuteren. Dat is de miswaak, gemaakt van de arakboom, de favoriete gebitsreiniger van de profeet Muhammad.