miszien

/mɪˈsin/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) niet of verkeerd zien, een verstoorde waarneming hebben
    {{ouds
  2. inerg (inerg) onjuiste opvattingen hebben
    {{ouds
werkwoord
  1. ov (ov) niet opmerken of anders waarnemen dan het is
    Maar ze ging nu tegen de dertig. Zij was niet gewoon haar tekortkomingen te miszien — dat bracht maar teleurstelling — en zij rekende dat het dan tijd ging worden, een andere positie in te nemen. Zij wilde getrouwd zijn.
  2. ov (ov) waarnemen als een ongunstige eigenschap
    {{ouds
  3. refl (refl) niet goed waarnemen
    {{ouds

Etymologie

*van Middelnederlands "missien", op te vatten als