mitswa
mannelijk/vrouwelijk (de)/mɪtsˈwa/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gebod
- goede daad
- erefunctie in de synagoge
- begrafenis (Portugees-Israëlitisch)
Etymologie
* Herkomst: Hebreeuws
Vertalingen
Engelsmitzvah, mitzva
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek