mixer
mannelijk (de)/ˈmɪksər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (gereedschap) apparaat om te mengen, om een mengsel (mix) te maken
- (huishouden) (kookkunst) keukengereedschap om fijne of vloeibare ingrediënten mee te mengen
- (gereedschap) apparaat waarmee audio- en/of videosignalen van verschillende bronnen gemengd kunnen worden, mengpaneel
Etymologie
* van "mixer", op te vatten als van mixen in de betekenis van ‘mengtoestel voor in de keuken’ voor het eerst aangetroffen in 1959
Vertalingen
Spaansmezclador, mezclador, batidora
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek