mixture

vrouwelijk (de)/ˈmɪkscər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. resultaat van vermenging
    Dominee Van der Land geeft in een mixture van beschouwing en verhaalvorm een kritisch beeld van Suriname door eigen observatie en door interviews die hij steeds weer hield met allerlei personen.
    De puikste kunstboter heet mixture van boter en kunstboter.

Etymologie

*van "mixture", in de betekenis "mengsel" aangetroffen vanaf 1887 (zie vindplaats hieronder)