moekim
mannelijk (de)/ˈmukim/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bestuurlijke eenheid in Atjeh (oorspronkelijk een of meer dorpen of gehuchten die samen een moskee deelden, vergelijkbaar met een kerspel of parochie in het Nederlands)
Etymologie
*via mukim van (muqīm) "verblijvend" Het Atjehse woord is zeker weer ontleend aan het Arabisch, maar het is in het Nederlands gangbaar geworden ten tijde van de Atjehoorlog in de specifieke, hier vermelde betekenis. [http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/moekim Etymologische bronnen] die dit niet vermelden zijn daardoor wat onvolledig.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek