moerbes
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈmurbɛs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) schijnvrucht van een boom uit de moerbeifamilie,‘De nimf Aegle heeft zich voor hem neergevleid, houdt in de ene hand een schaal, en wrijft hem met de andere hand met een moerbes op het voorhoofd. Een sater en een tweede nimf kijken belangstellend toe. Jaargang 53(1960)– [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De P.J. Vinken [https://www.dbnl.org/tekst/_taa008196001_01/_taa008196001_01_0061.php Het thema van Jan Luyken's tweede Verrassing]
Etymologie
*gevormd uit de plantnaam in het Latijn "morum" en "bes" "vruchtje"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek