moes
vrouwelijk (de)/mus/
Wat is de betekenis van moes?
moes betekent: (voeding) fijngehakte of fijngekookte groente of vruchten
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) fijngehakte of fijngekookte groente of vruchten
- (verouderd) aanduiding van planten waarvan voedsel bereid kan worden
zelfstandig naamwoord
- (spreektaal) (koosnaam) moeder, moe, mama
werkwoord
- (spreektaal) moest
Voorbeelden van "moes" in een zin
- Kijk, dáár, dáár was de achtergalerij, en dáár stond het bankje waar moes - zo duidde ze zichzelf altijd aan - zat te lezen en haar eerste verhalen neerschreef.
- Zijn houding had iets heel moes, wat na al die vergeefse pogingen wel begrijpelijk was.
- Hij hijgde van inspanning en er was zoo iets moes en pijnlijks in 't fronsen van z'n wenkbrauwen, dat Vos 'n gevoel van medelijden kreeg.
- Hij riep dat ik m'n best moes doen.
Etymologie
*van Middelnederlands "moes", cognaat met "Gemüse"
Uitdrukkingen
- tot moes slaan — in een gevecht veel lichamelijk letsel toebrengen
Vertalingen
Engelsgruel, jam, marmelade
Spaanscompota, papilla, puré
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek