moes

vrouwelijk (de)/mus/

Wat is de betekenis van moes?

moes betekent: (voeding) fijngehakte of fijngekookte groente of vruchten

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) fijngehakte of fijngekookte groente of vruchten
  2. verouderd (verouderd) aanduiding van planten waarvan voedsel bereid kan worden
zelfstandig naamwoord
  1. spreektaal (spreektaal) (koosnaam) moeder, moe, mama
werkwoord
  1. spreektaal (spreektaal) moest

Voorbeelden van "moes" in een zin

  • Kijk, dáár, dáár was de achtergalerij, en dáár stond het bankje waar moes - zo duidde ze zichzelf altijd aan - zat te lezen en haar eerste verhalen neerschreef.
  • Zijn houding had iets heel moes, wat na al die vergeefse pogingen wel begrijpelijk was.
  • Hij hijgde van inspanning en er was zoo iets moes en pijnlijks in 't fronsen van z'n wenkbrauwen, dat Vos 'n gevoel van medelijden kreeg.
  • Hij riep dat ik m'n best moes doen.

Etymologie

*van Middelnederlands "moes", cognaat met "Gemüse"

Uitdrukkingen

  • tot moes slaanin een gevecht veel lichamelijk letsel toebrengen

Vertalingen

Engelsgruel, jam, marmelade
Spaanscompota, papilla, puré