mokka
mannelijk (de)/ˈmɔka/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- eerste kwaliteit koffieboon vernoemd naar de Jemenitische stad Mokka
- (drinken) mokkakoffie
- (drinken) crème, stijve room met koffie-extract
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘beste kwaliteit koffie’ voor het eerst aangetroffen in 1606
Vertalingen
Spaanscafé moka, moca, moka
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek