molligheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het wat overgewicht hebben; de ronde vormen van een baby hebbendDie molligheid, goed, dat kon minder, mooi was ze toch wel.Dit alles vervat in een molligheid, die overigens nooit lomp wordt wegens de tevens aanwezige citrus.
- de ronde vormen van een baby hebbend
Etymologie
* afleiding van mollig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek