Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

mondspiegel

mannelijk (de)/ˈmɔntspiɣəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tandheelkunde (tandheelkunde) klein oppervlak dat het beeld weerkaatst, bevestigd aan een steel waarmee de tandarts tanden en kiezen kan inspecteren
    Een patiënt vervoegde zich bij mij en was nauwelijks bij machte te spreken; een mondspiegel was nog in te brengen, maar meer ook niet.
  2. medisch (medisch) instrument dat de mond of bek openhoudt om de binnenkant ervan te bekijken
    {{ouds