Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

mongoolse leeuwerik

mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) een vogel uit de familie leeuweriken (Alaudidae). De leeuwerik heeft een roodbruin verenkleed met een grijze buik, de kop is getekend met een bruine streep boven en onder de witte wenkbrauwstreep. In de hals heeft de leeuwerik twee zwarte vlekken die met elkaar verbonden zijn. De tekening is niet bij alle soorten even uitgesproken

Etymologie

* (coll)