monist

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. parlementslid dat kritiekloos de koers van de regering, waarin zijn partij coalitiepartner is, volgt
    Als Ferrier en Koppejan de poot stijf houden, voorkomen ze dat het CDA in oud-monistisch gedrag vervalt. Een zegen kortom voor de democratie, een zege voor de democratische opvattingen van Rutte en Wilders.
    In totaal vulden 976 raads- en collegeleden de vragenlijst in. Ze gaven 3867 maal een typering van een wethouder. Respondenten konden hun wethouder typeren als politiek leider, superambtenaar, monist, ambassadeur of meelifter.

Etymologie

*afleiding monisme