monnik
mannelijk (de)/ˈmɔnək/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) man die uit religieuze overwegingen teruggetrokken leeft, voornamelijk in een kloosterEr was eens een monnik in mijn tempel die in slaap viel.Het idee dat er al die tijd een middeleeuwse monnik zijn eeuwenlange dodenslaap had liggen slapen onder ons gazon.Zo was de eenvoudige monnik uit Myra, die in de vierde eeuw plotseling in de geschiedenis kwam als de weldoener van alle mensen - en er korte tijd later weer uit verdween - nu in oost en west bekend.
- (bouwkunde), (geschiedenis) middeleeuwse dakpan in de vorm van een halve afgeknotte holle kegel, als bovenpan met de holle kant op twee op hun holle kant liggende onderpannen (nonnen) rustendHet dak was op Spaans-antieke wijze met holle pannen gedekt en aangezien er geen dakvoering was aangebracht zag je op het latwerk de dakpannen liggen die de oude bouwmeesters vanwege de manier waarop ze elkaar dekten 'non en monnik noemden.A.V. Thelen, [https://books.google.nl/books?id=Jm4bBQAAQBAJ&pg=PT184&dq=monnik+en+non+dakpan&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwimsvf6qYrbAhWDb1AKHdA-B9MQ6AEINzADv=onepage&q=monnik%20en%20non%20dakpan&f=false Het eiland van het tweede gezicht: Uit de toegepaste herinneringen van Vigoleis], 2013
- (vlinders) een nachtvlinder van het geslacht uit de Noctuidae
Etymologie
*van Middelnederlands "monic" en Oudnederlands "monik" dat via Latijn "monachus" "kloosterling" teruggaat op μοναχός (monachós), afgeleid van μόνος [mónos] "alleen", dus "iemand die alleen leeft", omdat de eerste christelijke monniken kluizenaars waren
Uitdrukkingen
- De kap maakt de monnik niet / Het zijn niet allen monniken die kappen dragen — Puur op basis van iemands uiterlijk valt niet te zeggen hoe die persoon zelf is, welke vaardigheden hij/zij heeft, enz.
- Gelijke monniken, gelijke kappen — Onder vergelijkbare omstandigheden dient iedereen hetzelfde te worden beoordeeld of eenzelfde behandeling te krijgen
- Zo de abt, zo de monniken — Ondergeschikten gedragen zich net als hun baas
Vertalingen
Engelsmonk
Fransmoine
DuitsMönch
Spaansmonje
Italiaansmonaco
Zweedsmunk
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek