Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
monochromator
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (optica) een toestel dat, gewoonlijk door strooiing aan een rooster, slechts één bepaalde golflengte van de aangeboden straling doorlaatVoor Röntgenstraling bestaat een monochromator gewoonlijk uit een éénkristal dat onder een specifieke hoek belicht wordt.
Etymologie
*afgeleid van het Griekse 'chrōma' (kleur)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek