monocultuur

vrouwelijk (de)/ˈmonokʏɫˌtyːr/

Wat is de betekenis van monocultuur?

monocultuur betekent: (landbouw) landbouw met één gespecialiseerd gewas

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. landbouw (landbouw) landbouw met één gespecialiseerd gewas
  2. sociologie (sociologie) eenzijdige samenstelling van mensen, producten of diensten binnen een samenleving

Voorbeelden van "monocultuur" in een zin

  • Op bananenplantages wordt vaak gewerkt met monoculturen.
  • Vele dictatoriale regimes maken gebruik van een monocultuur op het vlak van bepaalde diensten.

Etymologie

*Afgeleid van cultuur (teelt) .

Vertalingen

Engelsmonoculture, monoculture
Fransmonoculture
DuitsMonokultur
Spaansmonocultivo
Italiaansmonocoltura
Portugeesmonocultura
Poolsmonokultura
Zweedsmonokultur
Deensmonokultur