monoftong
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈmonɔfˌtɔŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (taalkunde) de benaming voor één enkele klinker die de nucleus vormt van een lettergreepHet overgaan van een monoftong in een diftong wordt diftongering genoemd.
Etymologie
*Afkomstig van het Oudgriekse μονόφθογγος ()
Vertalingen
Engelsmonophthong
Fransmonophtongue
DuitsMonophthong
Italiaansmonottongo
Russischмонофтонг
Poolsmonoftong
Zweedsmonoftong
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek