monoftong

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈmonɔfˌtɔŋ/

Wat is de betekenis van monoftong?

monoftong betekent: (taalkunde) de benaming voor één enkele klinker die de nucleus vormt van een lettergreep

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) de benaming voor één enkele klinker die de nucleus vormt van een lettergreep

Voorbeelden van "monoftong" in een zin

  • Het overgaan van een monoftong in een diftong wordt diftongering genoemd.

Betekenis en uitleg van monoftong

Een monoftong is een klinkerklank die uit één enkel, onveranderlijk geluid bestaat. In tegenstelling tot een diftong, waarbij de klank verandert tijdens het uitspreken, blijft een monoftong constant en klinkt het als één geheel.

Het begrip monoftong is vooral relevant in de fonologie, de tak van de taalkunde die zich bezighoudt met klanken. Je komt het woord vaak tegen in de studie van verschillende talen en hun uitspraak. Bijvoorbeeld, de Nederlandse klank in 'aan' is een monoftong, terwijl de klank in 'ij' als een diftong wordt beschouwd.

Voorbeelden

  • In het woord 'stoel' hoor je een duidelijke monoftong die niet van klank verandert.
  • De uitspraak van de monoftong in 'boot' maakt het duidelijk dat het om een enkele klank gaat.
  • Als je het verschil tussen monoftongen en diftongen wilt begrijpen, kun je luisteren naar woorden zoals 'maan' en 'huis'.

Woordoorsprong

Het woord 'monoftong' is afgeleid van het Grieks, waarbij 'mono' 'één' betekent en 'tonge' verwijst naar klank of toon. Deze oorsprong benadrukt het enkele karakter van de klank.

Veelgestelde vragen over monoftong

Wat is de betekenis van monoftong?

monoftong betekent: (taalkunde) de benaming voor één enkele klinker die de nucleus vormt van een lettergreep

Welk woordgeslacht heeft monoftong?

monoftong is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Hoe gebruik je monoftong in een zin?

Voorbeeld: “Het overgaan van een monoftong in een diftong wordt diftongering genoemd.

Etymologie

*Afkomstig van het Oudgriekse μονόφθογγος ()

Vertalingen

Engelsmonophthong
Fransmonophtongue
DuitsMonophthong
Italiaansmonottongo
Russischмонофтонг
Poolsmonoftong
Zweedsmonoftong